Het is hofdag in het rijk van koning Nobel en iedereen is present,
behalve Reynaert de vos, want die heeft te veel uitgespookt om zich nog te vertonen.
De klachten over Reynaerts gedrag vliegen de trotse koning om de oren, van diefstal tot leugens, bedrog en zelfs moord. Het is genoeg geweest. Nobel dagvaardt de vos om hem te berechten voor zijn misdaden, een kolfje naar de hand van grote, sterke Bruun de beer.
Bruun komt aan bij Malpertuus, de burcht van de vos, en confronteert Reynaert met zijn dagvaarding. 'Van zo’n zware taak heb je toch honger gekregen’, zegt de vos.
‘Hier wat verderop staat een gespleten eik vol honing, ik zou wel gek zijn om dat allemaal alleen op te eten.’ De gulzige beer vergeet meteen waarvoor hij kwam en haast zich naar de boom.
Bruun duwt zijn hoofd zo ver in de eik dat hij er niet meer uit kan. Van de honing is geen spoor. En de vos? Die lokt de dorpelingen naar de beer om hem af te ranselen.
Bruun duwt zijn hoofd zo ver in de eik dat hij er niet meer uit kan. Van de honing is geen spoor. En de vos? Die lokt de dorpelingen naar de beer om hem af te ranselen.
Bruun duwt zijn hoofd zo ver in de eik dat hij er niet meer uit kan. Van de honing is geen spoor. En de vos? Die lokt de dorpelingen naar de beer om hem af te ranselen.
Bloedend en uitgeput komt hij weer aan bij koning Nobel, die Tibeert de kater gebiedt de valse vos bij hem te brengen om hem te kunnen straffen voor zijn daden.
Reynaert luistert geduldig naar de dagvaarding van de kater en belooft hem mee te gaan, maar dat ze dat beter morgenvroeg doen als het weer licht is. Tibeert mag uiteraard blijven eten en slapen, in de schuur van de pastoor, want daar wonen van die sappige muizen.
Reynaert weet wel een wegje naar binnen, maar het is pikdonker in de schuur en Tibeert loopt in een val.
Koning Nobel wacht en wacht, maar Tibeert komt niet terug. Woedend omdat hij weer is beetgenomen slaat hij op zijn troon, brullend dat hij Reynaert meteen wil berechten, maar een familielid van de vos zet een stapje naar voor.
‘Ik praat wel op hem in en breng hem naar u toe, Sire’, zegt Grimbeert de das en dat doet hij ook. Onderweg naar de koning biecht Reynaert likkebaardend al zijn zonden op aan Grimbeert, die amper zijn oren kan geloven.
De Koning veroordeelt Reynaert tot de doodstraf met de strop, en alle dieren slaken een diepe zucht van opluchting. Eindelijk is het voorbij… maar de vos haalt nog een laatste plannetje uit zijn listige koker.
Reynaert vertelt in zijn schuldbekentenis dat hij vroeger eigenlijk heel goed en zachtaardig was, tot hij de eerste keer bloed proefde. Het was immers nooit zijn eigen schuld geweest, niks van dat alles had hij zo gewild.
Hij had zelfs een fabelachtige schat gestolen die zijn vader had gevonden, om een moordaanslag op Koning Nobel te verijdelen, want zo iemand is hij wel. ‘Een complot tegen u, Sire, een staatsgreep van de beer, de das, de kater, de wolf en mijn eigen vader’, zegt Reynaert.
In de koningin haar ogen fonkelen het goud en juwelen van deze ongelofelijke schat. Reynaert moet hen vertellen waar de schat lag, in ruil voor zijn leven. De vos aarzelt geen seconde en smeekt om op pelgrimstocht te gaan, zo zou hij eindelijk zijn leven kunnen beteren.
Bruun en de wolf worden als verraders in de boeien geslagen en opgehangen, en Reynaert krijgt een pelgrimstas mee, gemaakt uit hun pels.
De vos vertrekt naar Rome. Belijn de ram en Cuwaert de haas lopen een eindje mee naar zijn burcht Malpertuus, maar Reynaert heeft echter geen intentie om zich te bezinnen over zijn daden. In het hol van de vos wordt Cuwaert op brute wijze vermoord en opgegeten, enkel zijn hoofd wordt in de pelgrimstas gestopt.
Reynaert geeft Belijn de tas mee, voor de Koning. ‘Ik heb een mooie brief voor Koning Nobel geschreven’, zegt hij ‘en zeg er maar bij dat jij me daarbij persoonlijk hebt geholpen!’. Belijn trekt fier naar het paleis, mijmerend dat de Koning hem rijkelijk zal vergoeden voor zijn dienstbaarheid.
Botsaert de hofklerk haalt tot ieders afgrijzen het hoofd van de haas uit de bebloede pelgrimstas, en nu pas wordt het bedrog van Reynaert de vos duidelijk.
Er was geen honing, geen muizen en ook geen fabelachtige schat. Belijn wordt gestraft voor medeplichtigheid en Reynaert wordt vogelvrij verklaard, maar hij is al lang gevlucht. Niemand heeft hem ooit nog teruggezien.
Wil je meer te weten komen over
Reynaert aan de vaart?
De locatie